Hoofdstuk 19

Op blz. 195 noem ik de U-boot bunker Bruno met de naast gelegen scheepswerven. Op 4 oktober 1944 deed de Britse RAF een luchtaanval erop. Wat ik niet schreef was dat er die dag 200 bommenwerpers als doel hadden de U-boot bunker met de naast gelegen scheepswerven van de marine. In een aanval die maar 11 minuten duurde werden van grote hoogte 1.260 bommen van 450 kilo en 172 bommen van 225 kilo op de bunker en scheepswerven gegooid. Het resultaat was niet wat je ervan zou verwachten. Zeven voltreffers troffen de U-boot bunker en volgens Duitse bronnen zouden vijf onderzeeërs daarbij beschadigd zijn geraakt. De U-228 en de U-993 gingen totaal verloren. Aanzienlijke schade werd veroorzaakt door een uitgegooid bommentapijt aan huizen. 40 huizen totaal vernietigd en 20 hadden aanzienlijke schade. 194 burgers kwamen om bij het bombardement. Het trieste was dat ook de school werd geraakt. Kinderen, leraren en mensen van de hulporganisaties hadden hun toevlucht gezocht in de schuilkelders van de school. In totaal 350 mensen. Bommen vielen ook op de school en 61 kinderen, 2 leraren 16 man van hulporganisaties verloren daarbij het leven.

Zondag 29 oktober van hetzelfde jaar werden de marinewerven en de U-boot bunker Bruno opnieuw aangevallen door de RAF met 244 bommenwerpers. Door onvoldoende zicht, wisten maar 47 bommenwerpers hun bommenlast af te werpen. Opnieuw veel schade onder de burgerbevolking. 52 burgers kwamen daarbij om het leven.

12 januari 1945 kwam de laatste aanval van de RAF op Bruno. De vorige aanvallen werden met (te) lichte bommen uitgevoerd. Nu werden dezelfde enorme bommen gebruikt die ook op de Tirpitz werden gegooid: de tallboy. Eén van die enorme bommen boorden zich door het 3½ meter betonnen dak. Boven op het dak ontstond een krater van 8 meter en binnen in het gebouw een krater van 4 meter. De reparatiewerkplaats werd in zijn totaliteit vernietigd en 20 Duitsers kwamen daarbij om het leven en twee onderzeeërs werden beschadigd. Dit keer kwamen er geen burgers om bij het bombardement.

Kip of het ei? In hoeverre is het (achteraf) denkbaar dat de Duitsers er juist op uit waren dat de burgerbevolking zo dicht bij een u-bootbunker en scheepswerven die door de Duitse Kriegsmarine werden gebruikt, bleven wonen? Kan het zijn dat het een vooropgezet iets is geweest? Wanneer burgerbevolking dicht bij militaire objecten wonen, geallieerden deze niet zouden aanvallen? Misschien dat de burgerbevolking, gehecht was aan hun omgeving en daarom niet wilden ‘verkassen’. Namen ze bij wijze van spreken het risico ‘op de koop toe’…?