Hoofdstuk 6

Op bladzijde 65 worden de verliezen van de Duitsers genoemd op 15 augustus 1940. In het boek van Knut Mæsel genaamd Luftkrigen over Sørlandet II blz. 145 worden de Duitse verliezen van Kampfgeschwader KG26 opgesomd. Wat me opviel was dat van de acht neergeschoten He111 toestellen, de bemanning van twee He111’s door de Engelsen gevangen werd genomen, de bemanning van een ander toestel door een Duitse Schnellboot (lees: motor- torpedoboot) opgepikt werd en de bemanning van een ander toestel opgepikt werd door een toestel van de Duitse zeereddingsdienst.

De bemanning van deze laatste, die gered werd door de zeereddingsdienst, intrigeerde me en ik ging op onderzoek uit. Wat ik wist, was de naam van de piloot, Oberleutnant Riedel, en ik wist dat hij was gered. Het volgende dramatisch gebeuren vond ik op het internet (Heinkel He-111H-4, 8/KG26, 1H + FS – WW2Aircraft.net) en er schijnt ook een verhandeling van de gebeurtenissen te zijn opgenomen in het boek van Chris Goss genaamd Luftwaffe Bombers & Fighters.

Oberleutnant Hermann Riedel was dus de piloot op de Heinkel He-111 en behoorde tot 8/KG (Kampfgeschwader)26. KG26 was weer onderdeel van Luftflotte 5. Het vliegtuig had de registratie 1H + FS. Kampgeschwader 26 was rond 10 juli 1940 van het continent overgevoerd naar het vliegveld Sola. Daar werden de voorbereidingen getroffen voor uit te voeren bombardementen op Noord Engeland. Riedel was op 15 augustus 1940 in het kader van Unternehmen Adlertag, samen met ca. 105 vliegtuigen uit Noorwegen opgestegen van Sola met als doel vliegvelden in Noord Engeland aan te vallen. De aanval zelf wordt in hoofdstuk 6 (blz. 65) van het boek beschreven. De Duitse bommenwerpers werden eerst aangevallen door de Spitfires gestationeerd op RAF Acklington (72 Squadron) en later door de Spitfires (41 Squadron) en Hurricanes gestationeerd op RAF Catterick (79 Squadron) en van RAF Usworth (607 Squadron)(https://en.wikipedia.org/wiki/RAF_Usworth). De Heinkel van Riedel werd doorzeefd, de rechter motor vloog in brand, doch Riedel wist deze brand te bedwingen. Het toestel begon hoogte te verliezen en de radiotelegrafist aan boord wist nog een noodbericht uit te zenden, waarna de Heinkel in zee stortte.

Nadat het vliegtuig in zee was gestort, werd onmiddellijk door de bemanning de rubberen dinghy naar buiten gewerkt en ze namen daarop plaats. Korte tijd later zonk de He111 met registratie 1H + FS. Met z’n vieren in een dinghy: de bemanning hield het niet droog en was doorweekt door de overslaande hoge golven. Omdat ze het vermoeden hadden zich niet ver van de Engelse kust te bevinden, dorst men geen vuurpijlen af te schieten om de aandacht te trekken. Als een wonder kwam er ’s middags een vliegtuig aanvliegen, wat een watervliegtuig van de Seenotstaffel IV bleek te zijn, een He59, gestationeerd op het Duitse eiland Norderney (een van de waddeneilanden voor de Duitse kust)(tot september 1940: Seenotflug-Kommando 1 Norderney). Om aandacht te trekken werden er vuurpijlen afgeschoten, waarop de tweemotorige He59 een landing wist te maken op de ruwe zee en de bemanning van de He111 aan boord nam.

De He59 wist op te stijgen van de ruwe zee en zette koers naar haar thuisbasis. Na korte tijd werd de He59 aangevallen door een Lockheed Hudson van het 206 Squadron. Het toestel van de zeereddingsdienst werd doorzeefd door de Lockheed waarbij de waarnemer van de He59 werd doodgeschoten. Ten gevolge van die aanval moest het watervliegtuig van de seenotdienst een noodlanding maken op zee. De rubberen dinghy’s werden onmiddellijk te water gelaten, zodat de bemanning van de He59 en die van de He111, wanneer het watervliegtuig zou zinken, in de dinghy’s konden plaatsnemen. Met drie man op de vleugel werden de dinghy’s standby gehouden door een touw aan het vliegtuig te binden. De bemanning van de He111 was aldus opnieuw op zee geland, het watervliegtuig dreef weliswaar, maar daar was dan ook alles mee gezegd. De radio was door de Lockheed kapot geschoten. Er konden geen noodoproepen worden uitgezonden, terwijl het watervliegtuig langzaam slagzij begon te maken. Tot overmaat van ramp waren de dinghy’s los geraakt en ze dreven weg van het watervliegtuig. Zo ging men de nacht in, koud en nat.

Een dag later verscheen er rond het middaguur een vliegtuig aan de horizon, (opnieuw) een watervliegtuig. Een wit geschilderd toestel met een rood kruis wat een Dornier Do-24 bleek te zijn. De Dornier cirkelde rond het gehavende watervliegtuig, maar zocht blijkbaar naar overlevenden op de dinghy’s. De Do-24 zagen zij niet meer terug. Waarschijnlijk had de bemanning van de Do-24 de marine ingeschakeld, want de volgende dag (de 17-de, ze waren toen al twee dagen op zee) kwam er een mijnenveger aanvaren. Wat bleek, inmiddels was de He59 afgedreven en was het in een mijnenveld terechtgekomen zonder dat de vliegtuigbemanningen dit wisten. De Kriegsmarine zette daarop een sloep uit om naar het gehavende watervliegtuig te varen en deze uit het mijnenveld weg te slepen. De dode waarnemer werd aan boord van de sloep genomen en met de He59 op sleeptouw werd naar de mijnenveger gevaren. Op het moment dat ze bij de mijnenveger kwamen en overstapten van de He59 op de mijnenveger, begon de He59 te kapseizen en zonk.

De mijnenveger voer weg van het mijnenveld en ontdekte vervolgens een drijvende Dornier Do-24, het watervliegtuig dat een tijdje had gecirkeld boven de He59. Bij de landing op zee bij één van de dinghy’s was het fout gegaan. De drie motoren waren zwaar beschadigd geraakt waardoor er niet meer gevlogen kon worden. De bemanning van de Do-24 werd eveneens aan boord genomen van de mijnenveger en die voer nu met de bemanning van de drie vliegtuigen naar Nordeney, het eiland vanwaar de He59 op gestegen was. De Dornier Do-24 was niet meer te redden en werd met het scheepsgeschut van de mijnenveger tot zinken gebracht.

Voor nog meer van dit soort verhalen: lees hoofdstuk 6 van het boek! Het zal u verbazen wat zich daar in het noorden zoal heeft afgespeeld.

20 december 2019: aanvulling op boek

In het boek staat op pagina 62: Op 9 april 1940 om ongeveer 5.00 uur in de ochtend werden de Noren geconfronteerd met het geluid van een vliegtuigmotor boven Fornebu. Daarop werden direct twee Gloster Gladiators de lucht ingestuurd om het ‘mysterieuze’ vliegtuig te onderscheppen.

Het boek Hitler Strikes North geeft op bladzijde 54 duidelijkheid wat dit moet zijn geweest. De Duitsers voerden al geruime tijd op grote hoogte, ongeveer 32.000ft. ofwel bijna 10 kilometer, verkenningsvluchten uit boven Deens, Zweeds en Noors grondgebied met speciaal daarvoor aangepaste vliegtuigen van het type He111. Deze vliegtuigen zagen eruit als passagiersvliegtuigen, maar ze waren speciaal voor het spionagewerk gebouwd. Ze wisten zelfs tot tweemaal toe met een Focke Wulf Condor een fotoverkenningsvlucht boven Narvik uit te voeren. Hoogstwaarschijnlijk moet het een He111 zijn geweest die de Noren hebben gehoord waarop de jagers de lucht in werden gestuurd om het toestel te onderscheppen. Het zal voorafgaand aan de invasie een laatste fotoverkenningsvlucht hebben gemaakt rond Oslo en de Oslofjord.

In het al eerder aangehaalde boek Hitler Strikes North las ik op pagina 60 dat voor een peloton parachutisten, ongeveer 40 tot 50 man sterk, veertien van die beschreven cannisters werden gedropt elk ca. 130 kilo per stuk.

Toevoeging 4 februari 2020

Op bladzijde 59 staat dat het vliegveld Kjeller nabij Oslo door de Duitsers op 9 april 1940 werd gebombardeerd met hun Heinkel He111-toestellen. De dag ervoor, op 8 april, had de commandant van Kjeller, Harald Normann, opdracht gegeven om alle 24 toestellen die op Kjeller stonden te verplaatsen naar een noordelijker gelegen vliegveldje. Hij had vast de situatie in Polen en de geruchten dat Duitse schepen op weg naar het noorden waren in het achterhoofd. Het Duitse bombardement van het vliegveld duurde ca. drie uur. Alhoewel het luchtafweergeschut van zich afbeet, wisten ze geen enkel Duits toestel neer te schieten. Na de capitulatie namen de Duitsers het vliegveld in gebruik en ze vestigden er grote reparatiewerkplaatsen voor hun vliegend materieel in Noorwegen en in Finland. Het zou zelfs het vliegveld worden waar de belangrijkste reparatie- en onderhoudswerkplaatsen van de Luftwaffe waren gevestigd. Zo had BMW er zijn eigen onderhouds- en reparatiedienst voor vliegtuigmotoren. Dit alles om hun vliegend materieel in Noorwegen en Finland luchtwaardig te houden. Daarnaast werden op Kjeller vliegtuigen aangepast om bij het Russische front te worden ingezet.

De Duitsers hadden op het vliegveld Kjeller Noorse vliegtuigmecaniciens tewerkgesteld voor reparatie en onderhoud aan Duitse vliegtuigen. In juni 1943 werden tien Noorse burgers die werkzaam waren op het vliegveld Kjeller door de Gestapo gedwongen om deze werkzaamheden in Finland voort te zetten. Zo ging dat toen…

In het al eerder aangehaalde boek Hitler Strikes North las ik op pagina 60 dat voor een peloton parachutisten, ongeveer 40 tot 50 man sterk, veertien van die beschreven cannisters werden gedropt elk ca. 130 kilo per stuk.