Hoofdstuk 2

Vrijwel alle (neutrale) landen reageerden op de ‘krenking’ van de neutraliteit van Noorwegen door de Britse marine. Zo ook Nederland. In dat kader leek het mij interessant om de Nederlandse reactie eens nader te onderzoeken. Bijgaand artikel kwam ik tegen in de Yorkshire Post and Leeds Intelligencer en in de Western Daily Press, allebei van 19 februari 1940. In dat stuk wordt verwezen naar De Telegraaf en Dr. C.M. Celders… wat uiteraard B.M. Telders moet zijn.

In de Telegraaf van 18 februari 1940 stond inderdaad een artikel van professor B.M. Telders, verbonden aan de Universiteit Leiden. (Ben Telders behoorde tot de kern van hoogleraren aan de rechtenfaculteit). Interessant is te lezen hoe Telders de gebeurtenis juridisch in drie delen uiteenzet: 1) De kapitein van De Altmark had haar gevangenen vrij moeten laten. 2) Het schip mocht niet in de Noorse wateren komen. 3) Ook de Engelsen handelden fout.

Telders maakt allereerst een voorbehoud over de status van het schip. Het was geen oorlogsschip, maar een gewapend ‘koopvaardijschip’ met krijgsgevangenen aan boord. Hij schrijft dat art. 3, tweede lid van de Noorse neutraliteitsproclamatie als volgt luidt: Toegang tot Noorse havens of Noorse territoriale wateren is eveneens verboden aan gewapende koopvaardijschepen van de oorlogvoerenden indien de bewapening voor doeleinden – (aanwezig is) -, anders dan de eigen verdediging. Op basis van dat artikel had De Altmark, in zijn visie, niet in de Noorse territoriale wateren mogen komen, het was immers ge- of bewapend en het schip vervoerde krijgsgevangenen.

Dan de Engelse oorlogsschepen die de Jøssingfjord invoeren, mochten die dat dan wel? Hij schrijft dat art. 4 van de Noorse neutraliteitsproclamatie stelt dat oorlogsschepen van oorlogvoerenden slechts 24 uur in de territoriale wateren mogen vertoeven. Anders gezegd: zij worden dus niet geheel geweerd. De Cossack beging dus nog geen neutraliteitsschending toen zij de Jøssingfjord binnenvoer.

Artikel 3 zou namelijk stellen dat krijgsgevangenen aan boord van een toegelaten schip krijgsgevangenen blijven, maar krijgsgevangenen aan boord van een schip dat in de Noorse territoriale wateren vaart, door Noorwegen vrijgelaten moeten worden. Volgens de verklaring van kapitein Dau liep zijn schip ter hoogte van Halten fyr (ten noorden van Trondheim) de Noorse territoriale wateren binnen. Bij Kristiansund kwam er een loods aan boord om langs de kust te kunnen varen. Tegelijk met de loods kwam een Noorse marineofficier aan boord die op last van de Noorse marinestaf een onderzoek moest instellen naar bewapening en krijgsgevangenen. De marineofficier kreeg de gevraagde inlichtingen van Dau. Daarop zou de Noorse marineofficier uitdrukkelijk opdracht hebben gegeven om in de Noorse territoriale wateren te varen. Maar dat neemt niet weg, als die Noorse marineofficier zijn werk goed gedaan had en aan boord wapens plus krijgsgevangenen gevonden had, dat de Noren het schip hadden moeten weigeren in hun territoriale wateren. Nu De Altmark toch binnen de territoriale wateren voer, hadden de krijgsgevangenen vrijgelaten moeten worden in de visie van Telders. De Noren waren dus duidelijk in gebreke gebleven met hun onderzoek, maar we hebben kunnen lezen in het boek hoe kapitein Dau onderzoeken van de marine frustreerde (blz. 13 en 14).

De Noren werden door Dau om de tuin geleid bij de vier inspecties van het schip. Op grond daarvan had Noorwegen zijn neutraliteitsverplichtingen niet geschonden, maar werd het slachtoffer van misleiding, aldus Telders. Hij schrijft verder dat Engeland had moeten aandringen op een nieuw onderzoek of had moeten protesteren. Maar, zo schrijft hij, Engeland had geen eigen rechter mogen spelen, toen ze daartoe overging, handelde ze fout.

Dan krijg je nog het geneuzel over de misleiding, die De Altmark ten opzichte van Noorwegen had aangewend. Is in oorlogstijd een krijgslist geoorloofd?

Telders schrijft: Engeland was fout door eigen rechter te spelen en daar zou Noorwegen een protest over kunnen indienen. Aan de andere kant kon zij het protest van Duitsland afwijzen. De kernvraag daarin was: geschiedde deze misleiding met medeweten van de Duitse marineleiding? Dat kon toen niet worden bewezen, maar we weten nu wel beter. De Altmark stond inderdaad niet onder commando van een marineofficier en was aldus geen oorlogsschip. De Duitse regering zou dan ook geantwoord kunnen hebben dat zij het er volkomen mee eens was dat De Altmark op ongeoorloofde wijze gehandeld had. De Duitse staat was echter slechts aansprakelijk voor wat haar organen deden en ze kon niet instaan voor de handelswijze van de Duitse koopvaardijschepen…

Ben Telders is eind 1940 gevangengenomen omdat hij zich kritisch opstelde tegenover de Duitse bezetter. Hij is op 6 april 1945 aan vlektyfus overleden in concentratiekamp Bergen-Belsen.

Overigens: de reactie van de Duitsers op het Altmark-incident laat zich raden. De Altmark was een volkomen onbewapend schip en de Engelsen hebben zich aan een ongehoorde schending van de Noorse neutraliteit schuldig gemaakt. Tja, ze vergaten te melden dat er 300 krijgsgevangenen aan boord waren.